IJsland 1998

 

Start
Omhoog

 

Vakantie IJsland september 1998

Vakantie in IJsland van 17 september 1998 t/m 21 september 1998

17 september 1998
‘s-Morgens druk geweest om nog wat spulletjes in te pakken en kom tot de conclusie, dat mijn koffer al tussen de 18 en 19 kilo weeg en je mag maar 20 kilo meenemen.
Maar ja, ik kan er echt niets uithalen, want het moet mee.
Dus ik merk vanzelf wel op Schiphol als het een probleem zou zijn.
Om half tien komt Marcel me ophalen.
We drinken nog een kop koffie en Marcel laat Pierrôt nog even uit, zodat ik zonder probleem de koffer in de auto kan zetten, zodat Pierrôt het merkt/ziet.
Om kwart over tien gaan we Bea ophalen en vertrekken richting Schiphol.
Om kwart over elf komen we aan bij Schiphol en drinken nog een kop koffie (zouden dit toch de zenuwen zijn of alleen maar dorst???)Om twaalf uur zijn we in de vertrekhal, balie 18 en zo ontmoet ik de rest van het gezelschap.

De reisleider (directeur van het reisbureau) is Peter v.d. Linden, die ons de komende dagen zal begeleiden.
Om kwart over twaalf checken we in.
Omdat we met een gezelschap zijn, heb ik geen probleem met mijn koffer, want alle koffers worden ineen keer verzameld, dus 30 koffers x 20 kilo = 600 kilo.
En daar kwamen we niet boven, dus dat was erg prettig.
Om 14.20 vertrekken we naar IJsland met vliegtuigmaatschappij Icelandair met een Boeing 737-400, aantal mensen 153.
In IJsland is het dan 12.20 uur.
We krijgen een lekkere maaltijd in het vliegtuig, rijst met een soort vissticks gevuld met kaas.
En als toetje een soort van koek met daarop pudding (heel apart maar wel lekker).
We komen op IJsland aan, het plaatsje Keflavik, na een ietsepietsie turbulentie om 15.50 uur.

Als we het vliegtuig uitstappen, dan komen we in een lange brede gang met vloerbedekking!!!!!
Kan je je op Schiphol niet voorstellen!
Na de paspoortcontrole komen we bij de band aan met koffers!!! (nog nooit zo snel meegemaakt).
In een tijdsbestek van 15 minuten staan we in het aankomsthal(letje) van het vliegveld.

Daar ontmoeten we onze IJslandse gids met de naam Solwei.
Zij heeft 11 jaar in Nederland gewoond in Utrecht, Den Bosch, Groningen etc. als studente en kan dus goed Nederlands praten.
Zij is niet getrouwd en heeft 2 kinderen (een tweeling) die de achternaam hebben van Hoekstra.
Onze IJslandse buschauffeur heet Volsteininn is getrouwd en heeft 7 !!!!! kinderen.
3 uit zijn eerder huwelijk, 3 uit een eerder huwelijk van zijn vrouw en samen hebben ze 1 kind.

Hij heeft vroeger in de bouw gezeten, maar is op een gegeven ogenblik van een steiger gevallen. Heeft 4½ jaar al revaliderend thuis gezeten en wilde weer zo graag aan het werk, dat hij een soort van omscholingscursus heeft gedaan en dus sinds 4 maanden werkt als buschauffeur bij het touringcarbedrijf.

Vanaf het vliegveld is het nog 45 km rijden naar van Reykjavik.
Halverwege stoppen we bij de warmwaterbronnen genaamd Blue Lagoon.
Daar gaan we zwemmen. Het is werkelijk heerlijk.

Je moet je voorstellen…..
Het begint al aardig donker te worden...je loopt in je badpak.....
Het regent.....het is koud......je moet buiten gaan zwemmen, brrr, brrrrr

Maar dan………

Het heerlijke warme water, dat daar gewoon onder de grond zit van zo’n 45 graden.
Je loopt op lava!!!!
En dan wordt het welkomstdrankje, genaamd Blue Lagoon, bij je gebracht!!!!!
Weer een hele ervaring rijker.

We rijden daarna door naar Reykjavik, onderweg zie je langs de weg alleen maar lava, begroeid met mos.
De “snelweg”  is wat we bij ons een tweerichtingsweg noemen, maar naar mijn idee iets smaller dan bij ons.
Tegen 18 uur bereiken we Hotel Island, een echt mooi hotel.

Onze koffers worden uit de bus gehaald en naar de kamer gebracht!!!!
En een groooote kamer!!!!!
Nog nooit heb ik zo’n kamer gehad.
Er stond een waterkoker, met zakjes thee en koffie.
Een haardroger in de badkamer.
Bureau, kaptafel, stoelen, banken, salontafel en natuurlijk bedden met heeeeeeele zachte matrassen, daar zakte je helemaal in weg.

Om acht uur hebben we ons diner in de “kelder” van het hotel, hartstikke sjiek.

We krijgen als vooraf champignonsoep, hoofdgerecht een gekookte aardappel die door de poedersuiker was gerold met vis, peultjes en als toetje heerlijk ijs met onderin een soort van gekruimde koek, daarna koffie.

En gedurende het hele diner werden we voorzien van witte wijn.
Daarna met z’n allen de bar van het hotel ingedoken.

18 september 1998
Om half zes ‘s ochtends kant en klaar wakker (Bea trouwens ook).
De wind suisde langs de ramen.
Tot een uur of zeven heerlijk op ons gemak koffie gedronken, gedoucht en daarna een uur buiten gelopen.
Er stond windkracht 9, temperatuur was 5 graden, maar voor het gevoel was het -5 graden.

Om acht uur terug in het hotel en heerlijk ontbeten.
Om  kwart voor negen met de bus vertrokken om een citytour door Reykjavik te maken.
Zijn bij de plaggenhutten geweest (daar kon je zien hoe de mensen vroeger woonden).
Was heel erg klein. (Is goed op de video te zien).
Bij de haven geweest, een kerk enz. echt een citytour.
Bij Café Paris heerlijke cappuccino gedronken en worteltjestaart gegeten.
Om een uur of elf zijn we gedropt in het centrum van Reykjavik om zelf alles te bekijken
en om op eigen gelegenheid alles te ontdekken.

Echt gezellig toont de binnenstad niet, de winkels nodigen je niet echt uit om binnen te komen en is maar goed ook, want alles is 2 à 3 keer zo duur.
Hier waren we dus ook snel uitgekeken en zijn op ons gemak gaan lopen naar (volgens de IJslander) HET winkelcentrum van Reykjavik KRINGLAN (wij noemden het kringloop).

Was wel mooi, maar wat dat betreft zijn wij verwend met Hoog Catharijne enz., want het was voor ons heel gewoon.
Na heel veel lopen (bergje op en af) kwamen we om ongeveer 4 uur weer aan in het hotel, zonder een taxi of bus genomen te hebben.
We begonnen onze benen al aardig te voelen.
We waren net binnen of de regen begon met bakken uit de hemel te vallen.
Om half acht vertrokken we met de bus naar het restaurant Jónatan Livingston Mávur.

Dit was een soort van oma huis qua inrichting met hele oude foto’s aan de muren en hele kleine kamertjes waar eettafeltjes stonden. Heeeeel gezellig.
Hier kregen we als voorafje Alk (dit was een vogeltje) wel ontzettend lekker.
Diner: een soort van puree, rog (vis) en broccoli en als toetje een heel erg zoet chocoladegebakje en natuurlijk koffie.

Heerlijk zitten natafelen en daarna weer terug naar het hotel en de weekendtas inpakken voor de twee dagen binnenland en proberen te slapen.

19 september 1998
Weer vroeg wakker en om kwart voor acht ontbeten.
Om half negen de koffer bij de receptie afgegeven, want die werden voor 2 dagen opgeslagen.
Om kwart voor negen vertrekken we richting binnenland.
Als we de “snelweg” verlaten komen we op erg slechte wegen (voor ons Nederlanders) terecht, terwijl de IJslanders dit nog als goede wegen beschouwen.
Met onze personenauto’s moet je hier niet rijden, want de banden zijn in no time versleten.
Maar goed, de omgeving en natuur word steeds mooier en het blijft regenen.

Soms komt de zon heel even tevoorschijn.

We komen als eerste terecht bij de breuklijn, waar de aarde gewoonweg is opengereten en er dus een ontzettende grote kloof is ontstaan. Erg indrukwekkend!!!!!
We hebben daar zeker een uur rondgelopen en ik natuurlijk gefilmd en gefotografeerd.
Daar weer vertrokken en onderweg bij een klein “koffiehuisje” koffie gedronken en een fotorolletje gekocht, waar ik ƒ. 18,-- voor moest betalen.

De weg en omgeving zie je steeds ruiger worden.
We komen aan bij de Gulfoss watervallen.
Dit is zeer indrukwekkend, wat een geweld.
Er wordt ons aangeraden om niet bij de rand te gaan staan, want daar heb je last van valwinden.

Vorig jaar is er een Italiaan zo eigenwijs geweest door dat wel te doen en is toen in een valwind meegetrokken de waterval in, die 4½ km diep is en natuurlijk nooit is teruggevonden.
Dit heb ik dus ook niet gedaan, maar wel gefilmd van een afstand.

Wat een geweld dat water!!!!!!
Toen weer vertrokken naar de Strokkur geiser.
Ook dit is zo ontzettend mooi!!!!!!

Al filmend wachten tot zo’n geiser eindelijk zijn kracht laat zien.

Voor de Strokkur begon te spuiten, had je de Geyser die kon 120 meter hoog komen, maar door de aardverschuivingen spuit de Geyser bijna niet meer, maar is de Strokkur gaan spuiten, alleen deze komt niet hoger dan 50 á 60 meter en dat om de 5 á 10 minuten.

Het water is 90 graden heet en in een tijd van zo’n 30 seconden heb je een gekookt ei.
Het water stonk “alleen” naar rotte eieren.
Tegenover de geisers had je een hotel, waar we “geluncht” hebben.
Vooraf weer champignonsoep, hoofdgerecht, salade, aardappelen en gekookte zalmmoten en als toetje weer taart. (Ik heb nog nooit van mijn leven zoveel taart in zo’n korte tijd gegeten.
En natuurlijk daarna koffie.
Daarna zijn we vertrokken om te gaan wildwatervaren.
We kwamen aan bij een soort van boerenschuur.

Hier kregen we pakken aan, die ons zouden beschermen tegen het koude water en de kou zelf.

Regenlaarzen (met daarin een plastic zak, om je voeten in te doen , omdat de laarzen niet waterdicht waren) erbij en een plastic zakje om je haar gebonden (waar later de kap van het pak overheen werd getrokken) en een riem om je middel en een paddle in je handen gestopt gingen we met de bus op weg naar de raftboten.

Daar aangekomen, lagen bovenaan de heuvel/berg drie raftboten klaar.

Er waren drie gidsen waarvan 1 IJslands meisje en 2 jongens uit Nepal.

Op het “droge” en zittend in de raftboot kregen we uitleg en commando’s hoe en wat.

Wij hadden een jongen uit Nepal, die ontzettend slecht te verstaan was, omdat hij de R niet goed kon uitspreken, dus dan kreeg je opdracht zoals:

LEFT FOWAD, LEFT BACKWAD, IGHT FOWAD, LEFT BACKWAD.

Dit bracht al zeer snel lachsalvo’s bij ons naar boven.

Totdat we te horen kregen, dat als het mocht gebeuren, dat we overboord zouden slaan, we de paddles vast moesten blijven houden, op ons rug in het water blijven liggen, vooral niet zwemmen (want dan ga je nog harder met de stroom mee) en je voeten in de richting van de stroom mee.

We keken allemaal elkaar aan, zo van wat zal ons nu allemaal gaan overkomen?

We moesten met z’n allen de raftboot naar beneden dragen.
Dit was hartstikke zwaar en vooral glad, omdat je over lava loopt.
Toen we uiteindelijk in de boot zaten heb ik mijn voet onder een rubber tussenstuk gestoken, zo van ik zal niet uit die boot vallen.

Of dit daadwerkelijk ook iets had uitgemaakt, weet ik niet, want alles ging goed.
Het was wel hartstikke gaaf.
Bij de eerste stroomversnelling ging de punt van de boot behoorlijk de lucht in, maar we bleven wel allemaal zitten.

Onderweg hielden we een soort van competitie door te proberen constant voorop te blijven liggen.
Dit mede door met de paddles water naar de andere boten te scheppen, zodra ze ook maar iets bij ons in de buurt kwamen.
Onderweg kwamen we nog langs een groep van de rescue, die bezig waren van een rots naar beneden te springen in het ijskoude water.

Dit kon schijnbaar ook alleen maar met extra zuurstof, want voordat ze sprongen namen ze eerst nog een happen zuurstof uit de zuurstoftank, die boven op de rots stond.
Behoorlijk indrukwekkend!

Al varend tussen enorme hoge rotsblokken van lava, wat echt heel erg mooi is, begon het nog harder te waaien, te regenen en ook nog te licht te sneeuwen.

Door de enorme harde wind was dit toch erg gevoelig aan je gezicht, dus we kregen bevelen om zodanig te gaan paddelen, dat we op een gegeven moment met de rug in onze rug (dus achterstevoren) verder konden varen.

Uiteindelijk zijn we zonder problemen weer op onze plek van bestemming (de schuur waar we ons hadden omgekleed) gekomen.
De boot werd weer door ons uit het water gedragen en moesten we op een soort trailer hijsen.
De eerste groep was dit gelukt.
Het lukte ons ook wel, maar toen de boot erop lag kwam er een behoorlijke windvlaag en de boot vloog net zo hard weer van de trailer over mijn hoofd op de grond.

Dit was wel schrikken, want zo’n boot is behoorlijk zwaar en ik kon nog net bukken, zodat de boot over mij heen vloog.
Uiteindelijk moesten we weer naar de schuur die boven aan de berg lag.
Hoe we daar kwamen???????
We werden opgehaald door een groot uitgevallen tractor met daarachter een open veewagen en je raadt het al, daar moesten wij op.

Staande je vasthoudend aan een plank en al hobbelend kwamen we aan bij de schuur.
Daar werden we voor we de schuur weer in mochten, met een slang helemaal afgespoeld om de modder weg te krijgen.
De pakken bleken niet waterdicht, want onze kleding (vooral bij de billen) waren behoorlijk nat.

Maar uiteindelijk werden we in de zijkamer ontvangen met kacheltjes, waar we ons een beetje konden warmen (en opdrogen), en met een grote zwarte pan gevuld met warme chocolademelk.

Om kwart voor zes vertrokken we naar de Old Farmer’s House in Husafell.
Met een andere bus, want ‘s-ochtends bleek de microfoon het niet meer te doen en Solwei had deze echt nodig.
Volsteininn had nog geprobeerd (tijdens de lunch bij de geisers) deze te maken, maar dit was niet gelukt.

Ze hebben toen gebeld naar Reykjavik en daar is gelijk een andere bus richting schuur gereden.
Dus toen wij aan het wildwatervaren waren, zijn de bussen omgeruild en kon Solwei zichzelf weer verstaanbaar maken.
Om in Husafell te komen moesten we door en over gebergtes rijden.

Het weer werd steeds slechter: wind, regen, mist.
En het begon donker te worden.
Normaal was dit een tocht van 2 uur, maar wij hebben er 3½ uur over gedaan.

Solwei begon tijdens die tocht wel verschillende sagen te vertellen die in IJsland de rondes doen, zoals over de elfenvrouwtjes, elfenmannetjes, trollen.

Ik kan me wel voorstellen, dat als je daar, in die weersomstandigheden, zou lopen, je werkelijk zou gaan geloven dat ze echt bestaan.

Onderweg stopten we nog bij een plateau, waar een stapel stenen lag en het is gebruikelijk bij de IJslanders, dat als je daar lang komt, je er een steen bijlegt, want dat betekent geluk.

Nu kan ik je wel vertellen, dat als je in die weersomstandigheden rijdt, je heel veel geluk moet hebben om in goede staat en op de goede plek terecht te komen.

Gelukkig hebben ze daar ook in de touringcars telefoon, dus onderweg konden we bellen naar Matthias (eigenaar van het Old Farmer’s House) om te vertellen, dat we niet om zeven uur aan zouden komen, maar waarschijnlijk om een uur of negen.

Uiteindelijk kwamen we tien voor half tien aan.
Matthias had zichzelf nog 10 minuten gegeven, voor hij iemand opdracht zou geven, om eens onze richting te rijden om ons te zoeken.
Matthias komt oorspronkelijk uit Frankrijk, maar woont nu in IJsland, 5 maanden in Husafell (half mei t/m half september), want in de winter is dit hele gebied afgesloten, omdat het te gevaarlijk is en er is dan gewoon niet te wonen.

De rest van het jaar woont hij in Reykjavik en verricht vertaalwerk voor ambassades.
Afijn, 10 mensen van ons gezelschap verblijft in de boerderij en de rest in vakantiehuisjes in de omtrek.

Na enig zoekwerk in het donker en nadat de bus vast is komen te zitten op een heel klein weggetje bereiken we uiteindelijk de huisjes.
Wij worden ondergebracht met een echtpaar in een zespersoonshuisje.

We hebben tien minuten gekregen om ons een beetje op te frissen en om te kleden, om uiteindelijk weer door de bus te worden opgehaald om in de boerderij te gaan eten.
Matthias had een heerlijk diner gemaakt.

Als voorgerecht, je raadt het waarschijnlijk al: champignonsoep (alleen nu met champignons die Matthias zelf heeft gezocht in het “bos”.
Het hoofdgerecht bestaat uit lamsbout, champignons, aardappeltjes en peultjes.
Het nagerecht is bosbessenijs, gemaakt van vers geplukte bosbessen uit datzelfde “bos”.

En dat allemaal met een fles goede rode wijn.

Kortom: HEERLIJK!!!!!!!

Na het eten konden we nog gaan zwemmen, bij het zwembad (buiten natuurlijk, want binnenbaden bestaan niet in IJsland) welke gebouwd is op vier verschillende plateaus.

De beheerder van het bad had opdracht van Matthias gekregen om net zolang te blijven zitten, tot wij uitgezwommen waren.
Om elf uur waren we klaar met het diner en door de bus werden we weer teruggebracht naar ons huisjes om onze zwemkleding op te halen.
We zaten net in de bus, toen bleek dat het Noorderlicht te zien was.

De bus dus weer uitgestapt om zeker een minuut of tien naar het Noorderlicht te staan kijken.
Dit is heel apart.
Een lange witte strook met licht.
Het is eigenlijk erg moeilijk om uit te leggen hoe mooi het is.
Afijn, om half twaalf waren we eindelijk bij het zwembad.

Zwempak aan en dan naar buiten, weer hartstikke koud, maar met een hele heldere lucht met heel veel sterren.
Na eerst in het wat koudere bad een paar baantjes te hebben gezwommen, doorgaan na het volgende bad wat weer wat warmer is en waar we een soort van volleybal hebben gespeeld.
Uiteindelijk belandt in het warmste bad van 45 graden om daar alleen maar wat lekker in te doezelen.
Als het dan ook nog begint te regenen en je zit daar maar wat, dat is heerlijk ontspannend!.

Uiteindelijk zijn we om kwart over een ‘s nachts uitgezwommen/gedoezeld en gaan ons douchen.
Om half twee worden we weer door de bus vlakbij ons huisje afgezet.

Het is zo donker, dat Volsteininn de bus zodanig neerzet, dat deze met zijn koplampen het pad verlicht, zodat we in ieder geval weten welke richting we moeten lopen om bij ons huisje aan te komen.

Helaas kwam ik geen lief en leuk elfenmannetje tegen.
Dit had een dan nog leuker verhaal geworden.
Uiteindelijk lag ik om ongeveer twee uur op zolder op bed en was zodanig wakker, dat ik gewoonweg niet kon slapen.}
Het begon heerlijk hard te regenen en aangezien het hele huisje van hout was gebouwd , was dit goed te horen en ben uiteindelijk door de regen in slaap gevallen.

20 september 1998
Ben al om zeven uur wakker, de rest slaapt nog.
De bus zou ons pas om half negen op komen halen voor het ontbijt in de boerderij.
Even rustig zitten, de rest wordt ook wakker, tassen weer ingepakt.
Even wat filmen en fotograferen en daar is de bus.
Na ontbeten te hebben, krijgen we de opdracht om half elf weer bij het huisje te zijn, want we vertrekken om kwart voor elf.

We besluiten (na aan Bea te hebben gevraagd of zij het huisje nog konden vinden en wat bevestigend werd beantwoord) om terug te gaan lopen naar het huisje, nadat we de omgeving een beetje hebben verkent (natuurlijk regende het weer).

Maar goed, weer bepakt met fotocamera en filmcamera stappen we naar buiten.
Na een beetje te hebben rondgekeken en al aardig nat te zijn van de regen gaan we op zoek naar ons huisje.
En natuurlijk kunnen we het huisje niet meer vinden.
Ik dacht, dat het links lag (want ik had tenslotte (dacht ik) ‘s-morgens, dat stuk nog gefilmd) en Bea zei dat het volgens haar rechts lag. (Bea had uiteindelijk gelijk).
Inmiddels was het kwart over tien en het echtpaar, dat ook in ons huisje zat, zou daar dan zijn, want wij hadden de sleutels.
Zij maar wachten en zijn uiteindelijk door het keukenraampje geklommen, wat we open hadden laten staan.
Het was inmiddels al half elf en nog steeds waren we zoekende.

We waren inmiddels wel naar een weg (de enige weg die een beetje te berijden was) gelopen, waar waarschijnlijk onze bus overheen zou komen rijden.
Op een gegeven moment zagen we Peter lopen.
Al gillende naar Peter, dat we ons huisje niet meer konden vinden, stopte hij.
We liepen naar hem toe en moesten een bocht door.
Toen we de bocht door waren, was Peter verdwenen.
Al gillende: Peter, kom terug; en hij kwam terug!!!.
Toen we vertelden, dat we ons huisje niet meer konden vinden, vertelde hij ons, dat hij zijn huisje ook niet kon vinden.

Schaterlachend hebben we met ons drieën de weg vervolgt en kwamen uiteindelijk onze bus tegen, die ook onze tassen al had.
Toen zijn we vertrokken naar de gletsjer Langjokull.
We kwamen er toen achter, op wat voor een “weg” we de vorige avond hadden gereden.
De bus kon er maar net op en langs een kant een kolkende rivier.

We hebben Volsteininn toen gecomplimenteerd met zijn rijkunst.
Onderweg (net voor de gletsjer) zijn we nog een keer gestopt, want er was een schitterende regenboog.
Zelden heb ik een regenboog met zulke intense kleuren gezien en ook nog zo dichtbij.
We zouden de rest van de dag nog heel veel regenbogen krijgen te zien.

Toen belanden op de gletsjer en dachten eerst dat we de zee zagen, maar het bleek de gletsjer te zijn.
Er stond daar een houten barak, waar je koffie kon drinken en waar je je kon omkleden in thermische warmtepakken.
We kregen wel te horen, dat het te gevaarlijk was om met de sneeuwscooters de gletsjer op te gaan, maar wel met de sneeuwmobile.

Ingepakt tot aan m’n neus, met de lekkere warme muts en sjaal (gekregen van Karen, Willem, Tjitske en Nicoline) op m’n hoofd en om m’n nek, met handschoenen, lekkere warme sneeuwboots en een zonnebril op m’n neus.

We gingen met 2 sneeuwmobiles op weg.

Je moet je dan voorstellen een groot uitgevallen tractor met rupsbanden en daarachter een open aanhanger met 2 hele grote ijzeren ski’s en daarop een soort van oude autostoelen gemonteerd.

Na zo’n  twintig minuten te hebben “gereden” belanden we echt op de gletsjer.
De totale lengte van deze gletsjer is 70 kilometer (stel je voor, dat is zelfs de kleinste van IJsland).

Dit is zooooo mooi!!!!!!!

We krijgen uitleg van een begeleider en krijgen nadrukkelijk uitgelegd, dat we zijn spoor moeten volgen en niet daarbuiten.
Doen we dit wel, dan is dit geheel onze eigen verantwoordelijkheid.
We zien enorme spleten.
Je ziet dan ijs met laagjes zwart.
De begeleider verteld, dat dit vulkaanuitbarstingen zijn geweest.
Omdat iedere vulkaanuitbarsting schriftelijk is vastgelegd, weten ze precies hoe oud het bovenste stuk ijs is.

Deze was dus 1000 jaar oud.
Hier dus veel foto’s genomen, want er werd mij aan het begin van de tocht aangeraden om de filmcamera niet mee te nemen, vanwege kou enz.

Na “rondgelopen” te hebben en met sneeuwballen hebben gegooid, beginnen we weer met de terugtocht.
Aangezien er voor mij ineens geen plaats meer was, mocht ik van de berijder van de “tractor” bij hem in de cabine komen zitten.

Weer eens wat anders.
Toen we terugkwamen stond er in de houten barak een lunch voor ons klaar.
Pasta’s, vis, brood, nasi, salades.

Na nog wat gefilmd te hebben en foto’s te hebben genomen gaan we weer verder met onze terugtocht naar Reykjavik.
In de middag komen we aan bij de, zoals de IJslanders hem noemen, de kinderwatervalletjes.

Het verhaal gaat, dat er daar lang geleden een gezin woonde met twee kinderen.
De brug over het water bestond uit lava.
Op een dag liepen de kinderen over deze brug en vielen in het water en waren dood.
De vader was zo ontzettend kwaad, dat hij de lavabrug kapot heeft gemaakt en zo ontstond de waterval en de naam.

Na een tijdje hier te hebben rondgelopen gaan we terug naar de bus.
In die tussentijd hebben we het toch wel koud gekregen en in de bus gaat er dan een fles Port in de rondte met plastic bekertjes (die we bij de gletsjer hebben meegenomen) en warmen dan weer lekker op.

We rijden dan weer richting Reykjavik via de fjorden. (Het fjord heet het walvisfjord).
Ook hier krijgen we weer oude verhalen te horen over een oude man met zijn dochter, die een walvis behekst en deze terug het fjord in begeleidt.

De walvis komt uiteindelijk in het fjord vast te zitten en maakt zich zo druk, dat hij explodeert en de oude man en zijn dochter verkopen dan het vlees en komen de winter dan weer door.

We rijden ook langs een echt walvisstation, waar de vader van Solwei tot de zeventiger jaren ook echt walvissen hebben geslacht. Zij vertelde, dat ze het altijd vreselijk heeft gevonden en was het er dus ook niet mee eens.

Op dit moment zitten de IJslanders te wachten op het akkoord om weer op walvissen te mogen gaan jagen.
We komen om kwart over zes weer aan in Reykjavik bij ons hotel Island.

We krijgen de tijd tot kwart voor acht om ons te douchen en heel chique aan te kleden om te gaan dineren in het chiqueste restaurant van Reykjavik, The Pearl.

Deze is gebouwd op 6 grote opslagtanks, waar het heet water, wat van onder de grond komt, wordt opgeslagen om zo heel Reykjavik van heet water te voorzien.

De halve bal (The Pearl) staat hierop en draait in één uur een keer rond en zo heb je een mooi uitzicht over Reykjavik bij avond.

De binnenkant van de bal zit vol met kleine lampjes en geeft een sprookjesachtig aangezicht.
We werden eerst naar de bar begeleid om daar een drankje te nuttigen en werden toen naar onze tafels begeleid.
Hier kregen we een heel chique diner bestaande uit:

een heerlijke rode wijn
een zoet voorgerecht (weer een soort van gebakje).
Hoofdmenu: broccoli, beef en aardappeltjes.
Als toetje heerlijk ijs met weer een klein taartje!

En een heerlijk glaasje dessertwijn.

Daarna terug naar het hotel, maar helaas was de bar al gesloten.
Op de hotelkamer hebben we eerst onze koffers weer gepakt.

Aangezien we geen slaap hadden (waarschijnlijk te oververmoeid) hebben we wat gedronken en lekker gaan zitten praten.

Het was rond een uur of één zijn we naar bed gegaan en de één na de ander had nog wel wat te vertellen, dus hoe laat het precies was dat we gingen slapen weet ik niet.
 

21 september 1998
We moesten om half vijf weer op (wake up call).
Om vijf voor half vijf werd ik wakker en probeerde Bea wakker te krijgen door te zeggen:
Bea, wakker worden, we moeten vliegen!!!!!
Nog gauw een kopje thee gedronken en gedouched.
Om vijf uur zaten we te ontbijten, om half zes de koffers na beneden gebracht.
Om half zes zijn we weer vertrokken naar het vliegveld in Keflavik.
Volgens mij sliep iedereen nog half, want het was ongelofelijk stil in de bus.
Om kwart over zes waren we bij het vliegveld en hebben afscheid genomen van Solwei en Volsteininn.

Om vijf voor acht (in Nederland was het vijf voor tien) vertrokken we richting Nederland met hetzelfde vliegtuig als donderdag.

Na nog iets warms te hebben gegeten in het vliegtuig, was bijna iedereen (behalve ik natuurlijk weer) in een mum van tijd in slaap gevallen.

Achteraf ben ik blij, want het was helder weer en toen we boven de Schotse Hooglanden vlogen is de piloot iets gaan dalen, dus we hadden een te gek uitzicht over de Hooglanden.

Om twee over één (Nederlandse tijd) kwamen we weer aan op Schiphol, waar Marcel en Linda ons stonden op te wachten.

Ik heb een paar te gekke dagen meegemaakt, was wel erg moe, want je krijg van IJsland in een te korte tijd zoveel te zien, dat je eigenlijk een paar dagen nodig hebt om alle indrukken te verwerken.

IJsland is zeer zeker de moeite waard en ik wil best nog weleens terug om ook andere gedeelten van IJsland te zien.

 

Kortom: heel erg indrukwekkend!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 

 

Start

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op dinsdag 16 maart 2010